Dorperkidz

Gezellige, betrouwbare, betaalbare opvang

Thema Sinterklaas

Boekentip:

  • Lieve Sinterklaas van Kathleen Amant
  • Pien is Sinterklaas van Judith Koppens
  • Sint wil op vakantie van Bieke Stals 


Liedjes:


Knutselen:

Sint zijn baard maken

Knip de vorm van een baard of snor uit van hard papier.

Laat het kind deze beplakken met watten.

De oudere kindjes kunnen de watten aan elkaar plakken zodat de baard ook echter lijkt. Daar gebruik je dan alleen de snor voor.











Sint zijn baard stempelen

Print een sint uit en haal zijn baard weg.

Plak dit op een zwart vel.

Bak een bordje met witte verf

Laat de kinderen met wc rolletjes witte rondjes stempelen.






Sinterklaas van handafdruk

Maak op een vel eerst een handafdruk.

De vingers zijn de baard.

Is de handafdruk droog?  Maak er dan een paar ogen op en een mondje.

Als laatste kan je de kinderen mijters laten knippen of plakken.






Piet tamponeren

Dit heb je nodig:

• sjabloon van de piet (je kunt deze vinden op de downloadspagina)

• verf

• tamponeerkwasten

• prikpen en een prikmat

• zwart papier

Aan het werk:

• Prik alle zwarte vlakken van de piet uit.

• Leg de piet op zwart papier en tamponeer de zwarte vlakken

piet stempelen

Dit heb je nodig:

• kurk

• verf

• geel papier

Aan het werk:

• Teken van tevoren een pietenhoofd met een kraag en een muts op een papier. Laat de kinderen de piet tamponeren met een kurk.



Propjes piet

Dit heb je nodig:

• crêpepapier in vooral zwart en een aantal andere kleuren naar keuze

• Een van tevoren getekend pietje op wat dikker papier (maat A5)

• lijm

• bakjes

• veer

Aan het werk:

• De kinderen maken propjes van het crepepapier. Geef de kinderen bakjes om de propjes in te doen.

• De kinderen doen een druppeltje sterke lijm op het propje en drukken deze dan op het pietje. Zo vullen ze het gezicht, de muts en de kraag. Maak het geheel af met een veer op de muts.

• Hoe groter het pietje, hoe meer werk voor de kinderen! Neem een A5 blaadje en maak daar de tekening op.


Mijter                                                                   












Pietenmuts


Pietendiploma

Hebben de kinderen goed hun best gedaan met alle activiteiten dan hebben ze deze mooie diploma verdiend. Een mooie afsluiting van het sinterklaasfeest.















Pietenslinger

knip en plak deze piet op een a4 naast elkaar en je krijgt een echte slinger. print ze zo vaak uit als je wil tot je de gewenste lengte heb.


Piet zijn haar? waar?

Laat de kinderen met stukjes papier of propjes de haren maken van piet. De groteren kinderen kunnen ook een muts er bij maken.










sint en piet mobiel

Eerst lekker kleuren en dan met draad de stukken verbinden.












Staf

De staf kan je door de kleintjes laten plakken. De lengte van de staf kan je zelf maken. gewoon 2 lijntjes op een papiertje. Maak hem zo lang als je kleine het wil. Let wel op... het moet wel leuk blijven om te maken.











Kleurplaten :




Werkbladen



Kringspelletjes

Pepernoten stelen

Alle kinderen zitten in de kring. Er is een pepernotendief gesignaleerd die pepernoten heeft gestolen van Sinterklaas. Daarom is er een bewaakpiet nodig. Kies een kind uit de kring die de bewaakpiet mag zijn. De bewaakpiet doet zijn ogen dicht en een kind uit de groep probeert heel voorzichtig naar de bewaakpiet toe te lopen. Als de bewaakpiet wat hoort, zegt hij heel hard STOP en mag hij naar de pepernotendief wijzen. Als hij het goed heeft mag een andere pepernotendief het proberen!

Fluisterpiet

Ook leuk voor aan tafel of tussendoor. Fluister een lange zin over Sinterklaas door aan je buurman of buurvrouw. Dit gaat de hele kring langs. Is aan het eind de zin nog steeds hetzelfde?

Zakje leggen

Werkt hetzelfde als zakdoekje leggen. Misschien leuk om in plaats van een zakdoek een echte jutezak te gebruiken.

Buitenspelletjes

De paardenstal

Teken op de grond een heel groot vierkant dat de stal van de paarden moet voorstellen. Er zijn met dit spel drie paardenpieten, de rest van de kinderen wordt een ontsnapt paard. De paardenpieten proberen een paard te pakken. Als dit is gelukt, houden ze elkaars hand vast. De gepakte paarden die aan de paardenpieten vast zitten proberen andere paarden ook een hand te geven.

Lukt het ze alle paarden weer terug te brengen naar de stal?

Pakjes-estafette

Breng zo snel mogelijk met je groep de pakjes van de ene kant naar de andere kant van het plein. Je kunt ook gebruik maken van verschillende hindernissen.

Pepernotentikkertje

Voor dit spel is er een tikker en een verlosser. De tikker probeert zoveel mogelijk kinderen te tikken. Als je getikt bent, moet je blijven staan met je mond open. Je bent vrij, als de verlosser een pepernootje in je mond stopt!

Sinterklaasquiz

Je maakt met een lint of stoepkrijt twee grote vakken. Een vak A en een vak B. (Eventueel een vak C om het moeilijker te maken.)

Maak allemaal meerkeuzevragen over Sinterklaas. Als de kinderen het antwoord weten op de vraag gaan ze in het juiste vak staan. De kinderen die het fout hebben gaan langs de lijn staan. Wie weet het meeste over Sinterklaas?

Pakjes gooien

Je kan een eigen schoorsteen maken van een kartonnen doos of een kast gebruiken zonder top. De kinderen moeten de pakjes in de schoorsteen gooien. Wie gooit de meeste cadeautjes in de schoorsteen?

Sinterklaas koken

Er is niets leuker dan samen koken tijdens Sinterklaas!

Pepernoten bakken

Dit heb je nodig: Meng 150 gram boter, 125 gram bruine basterdsuiker, 10 gram speculaaskruiden, 250 gram zelfrijzend bakmeel, vier eetlepels melk in een kom.

Maak van het deeg kleine balletjes! Twintig minuten in de oven op 160 graden en je hebt heerlijke zelfgemaakte pepernoten! Goed voor tien personen.

Hartige Sinterklaasletter

Dit heb je nodig: 200 gram half om half gehakt, een losgeklopt ei, 4 plakjes bladerdeeg, een scheutje boter en gehaktkruiden.

Laat de plakjes bladerdeeg ontdooien. Meng in een kom het gehakt, het halve ei en de gehaktkruiden. Vet een bakplaat in met boter. Halveer de bladerdeeg tot ongeveer acht even grote rechthoeken. Vorm met vier plakjes de letter S. Verdeel het gehakt over deze vier plakjes. Dek het af met de rest van de plakjes en druk de randjes goed dicht. Bestrijk de bovenzijde van de bladerdeeg met de rest van het ei. Bak de letter op 200 graden in 25 minuten goudbruin. Als je het leuk vind kun je ook wat kaas toevoegen aan het gehakt.

Schuimpjes maken

Dit heb je nodig: 3 eieren, 300 gram poedersuiker, paar druppels citroensap, een zakje vanillesuiker, poedersuiker, een kom en een mixer.

Klop de eiwitten stijf. Zeef drie eetlepels poedersuiker en mix het geheel. Onder het mixen schep je de rest van de poedersuiker, vanillesuiker en citroensap erbij. Op een bakplaat kun je kleine hoopjes schuim maken met een lepel. Je kunt natuurlijk ook een schuimzak gebruiken. Ongeveer twee uur lang in een voorverwarmde oven laten bakken. Eet smakelijk!













Sinterklaashuis

Ga ook eens naar het Sinterklaashuis bij jou in de buurt! Het is meestal gratis en kinderen ontmoeten Sinterklaas, doen allerlei spelletjes en krijgen cadeautjes mee naar huis. Je vind bijna in alle grote steden wel een Sinterklaashuis, houdt hiervoor de krant en internet goed in de gaten!

Werkbladen:



Lijst met Sinterklaasliedjes

1. Zie ginds komt de stoomboot

2. Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht

3. Hoor de wind waait door de bomen

4. Hij komt!

5. Sinterklaas Kapoentje

6. Wie komt er alle jaren

7. De zak van Sinterklaas

8. Zie de maan schijnt door de bomen

9. Hoor wie klopt daar kind’ren

10. Daar wordt aan de deur geklopt

11. Hop, hop, hop, paarde in galop

12. Jongens heb je het al vernomen

13. Sinterklaas is jarig

14. Sinterklaasje, bonne, bonne, bonne

15. Op de hoge, hoge daken

16. Zwarte Piet, wiedewiedewiet

17. Rommel de bommel, wat een gestommel

18. Zachtjes gaan de paardenvoetjes

19. O, kom maar eens kijken

20. Zwarte Piet ging uit fietsen

21. Sinterklaas, goed heiligman

22. Dag Sinterklaasje

Linkjes:

Sinterklaas cadeautjes

Pakjesavond draait voor veel kinderen om cadeautjes. Maar hoeveel eigenlijk? Is meer altijd beter of kunnen bijvoorbeeld tweedehands cadeautjes ook? En wat moet je dan geven?

SINTERKLAAS

Sinterklaas (ook Sint-Nicolaas, Sint of de Goedheiligman) is de hoofdpersoon van het Sinterklaasfeest dat op 5 december in Nederland (en in enkele voormalige Nederlandse koloniën), en op 6 december in België wordt gevierd. Sinterklaas is gebaseerd op de bisschop Nicolaas van Myra, die in de derde eeuw na Christus in Klein-Azië leefde. Het personage van Sinterklaas is een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel. Hij rijdt op een schimmel, en heeft een of meer helpers, Piet(en).

Oorsprong en geschiedenis

De moderne vorm van het Nederlandse sinterklaasfeest komt waarschijnlijk voort uit het prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht (1850) van de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863), maar het feest heeft een veel oudere oorsprong. In veel landen in Europa wordt Sint-Nicolaasdag gevierd, maar de invulling van de folklore varieert per land en streek.

Nicolaas van Myra

Nicolaas van Myra werd geboren in Patara te Lycië dat in Antalya, Turkije ligt, maar in het jaar 280 bij het toenmalige Romeinse Rijk hoorde. Later werd hij bisschop van Myra, de hoofdplaats van Lycië. Hij stierf op 6 december 342. Eeuwen later, na de inval van de moslims in het gebied, werden de stoffelijke resten van de heilige in 1087 gestolen en naar Bari gebracht uit angst voor vernietiging door de Seldsjoeken. Als heilige in het oosters christendom werd Nicolaas aanvankelijk alleen in het oosten van Europa geëerd, in het bijzonder in Griekenland en Rusland. Omdat Nicolaas de schutspatroon van de zeevaarders was, kreeg hij ook in de West-Europese kustnaties een grote aanhang. In de 13e eeuw werd zijn naamdag vastgesteld op 6 december. Vanaf dat moment verspreidde zich de Nicolaasverering over heel Europa.

Verschillende legendes staan ten grondslag aan Sint-Nicolaas als beschermheilige van kinderen. Zo is er een Noord-Franse legende over twee of drie kinderen of leerling-priesters die door een herbergier worden gedood en in een pekelvat gestopt, waarna Sint-Nicolaas de slachtoffers weer tot leven wekt en de herbergier en diens vrouw vergeving schenkt als ze berouw tonen. Een andere legende verhaalt van drie arme dochters die dankzij giften van Sint-Nicolaas kunnen trouwen zonder dat ze daarvoor hoeven te vervallen tot prostitutie. Er is ook nog een legende over het kind dat in het bad door Sint-Nicolaas wordt behoed voor verbranding.

Viering in de middeleeuwen

In de middeleeuwen werd op Duitse en Noord-Franse kloosterscholen het Sint-Nicolaasfeest gevierd. Tijdens een mirakelspel verscheen de heilige voor de kinderen, en hij beloonde de ijverige leerlingen en vermaande de luie. De Sint-Nicolaasviering liep samen met het kinderbisschopsspel (ca. 1300 - ca. 1600). Op 6 december werd in die tijd een kinderbisschop met aanhang gekozen. Zij werden tot 28 december (Onnozele Kinderen) van voedsel en geschenken voorzien. Andere kinderen kregen geld en een vrije dag om op 6 december feest te kunnen vieren. De waarschijnlijk oudste vermelding daarover komt uit Dordrecht, 1360: "op St. her Nyclaes dach I L. gr. aen die schoelers voer het oerlof".Aanvankelijk werd de kinderbisschop pas op de vooravond van 28 december gekozen, maar vanwege ongewenste vermenging met het Narrenfeest werd dit verlegd naar 6 december. In 1363 gaf de heer van Gouda, Jan van Blois, te Dordrecht "den scoelnaers tot hoere hoechtijt van St. Nyclaes en horen bisscop 5 L. 4 S." In 1403 is er sprake van het uitdelen van "honic, claescoeck en taert aen die kynders, op hunne patroen St. Nyclaes".Kinderen gingen in die tijd verkleed in een optocht door de straten en kregen bisschopsgeld van voorbijgangers (soortgelijke tradities komen nog voor in andere landen, zoals het Chlausjagen). In de Utrechtse Nicolaaskerk werd vanaf 1427 geld in kinderschoenen gedaan.

Sinterklaasmarkten en functie als huwelijksmakelaar

In de late middeleeuwen ontstonden de Sint-Nicolaasmarkten. Na het kerkbezoek kocht men op de markt de geschenken voor het Sint-Nicolaasfeest. De speculaasvrijer was een karakteristiek geschenk. Het was een speculaaspop die een jongen schonk aan een meisje. Als zij de klaaskoek aannam, was dat een goed teken voor een relatie. Deze gewoonte gaat mogelijk terug op de functie van Sint-Nicolaas als "hijlickmaker" (hijlick: huwelijk), in de legende waarin hij drie meisjes hun bruidsschat geeft. Het sinterklaasfeest werd in grotere steden een woelig volksfeest dat soms tot opstootjes en openbare dronkenschap leidde. Tot het begin van de 20e eeuw bestond in Nederland de gewoonte om elkaar rond de sinterklaastijd liefdeskaarten te sturen, waarin werd toegespeeld op een mogelijk huwelijk.

Protestantse bezwaren en contrareformatie

Het sinterklaasfeest stuitte in Nederland na de Reformatie op protestantse bezwaren tegen de katholieke heiligenverering. Protestantse predikanten probeerden het feest af te schaffen, omdat zij het als een katholiek bijgeloof veroordeelden. Rond 1600 werd het bijvoorbeeld in Delft verboden om deze feestdag te vieren en vaardigden sommige steden een verbod af op schoen zetten, of openbare verkoop van sinterklaaslekkernijen. Ook de kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het sinterklaasfeest. Hij vond dat het geven van geschenken meer paste bij het kerstfeest. Onder invloed van deze weerstand veranderde het sinterklaasfeest in Nederland van een religieus feest naar een volksfeest. In België bleef het religieuze karakter langer behouden. Vanaf de Contrareformatie daalde ook in rooms-katholieke kringen het aanzien van Sint Nicolaas. De traditie was echter zo populair dat deze nooit helemaal uitdoofde, zelfs niet bij het strengst protestantse volksdeel. Het feest verdween weliswaar voor een deel uit de straat, maar in huiselijke kring bleef het bestaan.

Nog in 1895 sprak de burgemeester van Sluis zich uit tegen de viering op openbare scholen, maar in de 20e eeuw kreeg het feest steeds meer de wind in de zeilen.


Het boek van Sinterklaas

De figuur van Sinterklaas is in de loop der eeuwen geëvolueerd van een beschermheilige van de kinderen, via een boeman en hardhandige pedagoog, naar een folkloristische kindervriend. Omdat Sinterklaas niet alles kan onthouden heeft Sinterklaas de beschikking over het Grote Boek. In dit boek staan alle kindernamen geschreven met daarbij genoteerd de ondeugendheden van het afgelopen jaar. Het kind moet de goedheiligman beloven niet meer in herhaling te vallen.

In de loop der jaren transformeerde Sinterklaas in de Noordelijke Nederlanden tot een boeman of kinderschrik, die gebruikt werd om kinderen angst in te boezemen. Dit had waarschijnlijk te maken met het verbod dat in de protestante gewesten gold voor het uitbeelden van katholieke heiligen. Hij werd uitgedost als een afschrikwekkende zwarte man met kettingen aan zijn voeten of met narrenbelletjes. Deze sinterklaasgestalte gaf snoepgoed aan brave kinderen en intimideerde ongehoorzame kinderen om hen tot gehoorzaamheid te bewegen. Als zodanig vormt hij in feite de voorloper van Zwarte Piet.

In de late 18e eeuw keerde men zich tegen het straatfeest van Sinterklaas en de leegloperij en ook tegen het beeld van de boeman. Het feest moest gebruikt worden om kinderen op een positieve manier gehoorzaamheid en ijver bij te brengen. Het sinterklaasfeest werd nu een onderdeel van de opvoeding en kreeg een volwaardige plaats in het onderwijs en het gezin. Nu de boeman was afgedaan, werd de traditionele bisschop teruggehaald.

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw begon Sinterklaas in persoon zijn opwachting te maken in de maatschappij. Tot dan toe was hij slechts een mythisch persoon geweest, wiens sporen weliswaar in de schoentjes op 6 december van zijn aanwezigheid getuigden, maar die verder niet zichtbaar was. Toch zijn er tot in de 20e eeuw nog sporen van de boeman die met kettingen rinkelde en zijn zwarte knecht die kinderen in een zak stopt. Voorheen heette het dat de zak van Sinterklaas diende om kinderen mee te nemen naar Spanje (zie ook man met de zak). Dit verhaal vindt wellicht zijn oorsprong in de marskramers die vanaf de late middeleeuwen met hun manden vol koopwaar van stad naar stad trokken. Nu dient deze zak uitsluitend om de geschenken in te vervoeren.

Band met Spanje

Sancte Claus, goed heylig man!

Trek uwe beste Tabaert aen,

Reiz daer mee na Amsterdam,

Van Amsterdam na Spanje,

Daer Appelen van Oranje,

Daer Appelen van granaten,

Die rollen door de Straaten.

Sancte Claus, myn goede Vriend!

Ik heb U allen tyd gedient,

Wille U my nu wat geven,

Ik zal U dienen alle myn Leven


— John Pintard, 1810

De geografische herkomst van de folkloristische Sinterklaas is volgens de huidige Nederlandse traditie niet meer Klein-Azië of Italië, maar Spanje. Waarom dat zo is, is onduidelijk. Soms wordt erop gewezen dat Zuid-Italië met Bari een deel van de Kroon van Aragón is geweest.

Van oudsher wordt in sinterklaasliedjes niet gezegd dat Sinterklaas zelf uit Spanje komt, maar dat hij naar Spanje reist om lekkernijen te halen. Het oudst bekende voorbeeld waarin Sinterklaas en Spanje samen genoemd worden is het naaststaand pamflet. Sinterklaas reist daarin naar Amsterdam en gaat vervolgens in Spanje sinaasappelen en granaatappelen halen. John Pintard, oprichter van de New-York Historical Society, liet het pamflet in 1810 drukken, maar het vers was waarschijnlijk al ouder. Pintard schreef in 1828 aan zijn dochter dat het in 1810 moeilijk was geweest om de tekst van het lied te achterhalen. Verschillende mensen herinnerden zich enkele regels. Alleen een mevrouw Hardenbrook, 87 jaar, kende het nog volledig. Het is in ieder geval gebaseerd op een veel ouder 4-regelig rijmpje uit 1655, waarin Spanje nog niet wordt genoemd:

Sinter Klaas, o Heil'ge Man. Trek je beste Tabbaart an; En wilje me dan wat geven, Zo dien ik je al men leven

Algemeen wordt aangenomen dat de onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) de eerste was die Sinterklaas uit Spanje liet komen. Volgens hem was Sinterklaas de "Bisschop van Spanje". Schenkman introduceerde ook de knecht die later Zwarte Piet zou gaan heten, en de stoomboot waarmee hij naar Nederland kwam. Nu nog steeds komt Sinterklaas tijdens de intocht per boot aan. Schenkman gebruikte in zijn prentenboekje Sint Nikolaas en zijn knecht uit circa 1850 de zeer bekend geworden beginregels Zie, ginds komt de stoomboot/ Uit Spanje weer aan!. Schenkmans boekje was gewild, en de afbeeldingen zorgden er ook voor dat het uiterlijk van Sinterklaas − een statige oude man met witte baard en haren, rode mijter en mantel − in de navolgende decennia als het enige echte werd aangenomen.

Aan het begin van de 20e eeuw bestonden nog veel verschillen tussen de stedelijke viering en de viering op het platteland. Het nu nog incidenteel voorkomende klaasjagen, sunteklaaslopen of andere lokale varianten waren op het platteland nog gebruikelijk, maar in steden was het feest al georganiseerd rond pakjesavond en het bezoek van Sinterklaas. Onder invloed van het onderwijs en later de commercialisering en de massamedia ontstond een standaardisatie van het feest, dat hierdoor gaandeweg zijn huidige vorm kreeg. De surpriseavond, de uitwisseling van geschenken in vermakelijke verpakkingen begeleid door belerende of gekscherende gedichten, is een relatief nieuw fenomeen binnen de traditie. Volgens een enquête in 1943 van het Meertens Instituut werd het op dat moment nog maar sporadisch gedaan.

Introductie van Zwarte Piet

Sinterklaas had in Nederland tot de 19e eeuw waarschijnlijk geen vaste helper. Wel werd hij soms afgebeeld met zwarte duivels die hem begeleidden. Sinds Schenkmans boekje Sint Nikolaas en zijn knecht hebben drie zaken een vaste plaats gekregen in de sinterklaasfolklore: een donkere knecht van Sinterklaas, de intocht en de stoomboot. De knecht had in zijn boekje nog geen naam. Het was een gekleurde jongeman, gekleed als een page. Namen als Pieter met de Pooten (1749), Pietermansknecht (1833) en Pieter-me-Knecht (1850) waren echter al langer in zwang. Andere, meest regionale namen bleven nog een tijdlang in gebruik; zo heette hij bijvoorbeeld Jan de Knecht, Trappadoeli, Nicodemus, Assiepan, Sabbas, Hans Moef, Pikkie, Robbert, Krik-krak, Micheltje, Hansje van Vese (of Hansje van Kese), Jacques Jour (of Sjaak Sjoor). In 1895 was de naam Zwarte Piet echter al gangbaar.

Het bleef niet bij één Zwarte Piet; in 1880 traden al twee knechten op. Na de Tweede Wereldoorlog organiseerden Canadese militairen in Nederland een sinterklaasviering met een massa Zwarte Pieten. Sindsdien wordt Sinterklaas vergezeld door vele Pieten, vaak met voor ieder een eigen taak, onder leiding van een Hoofdpiet. Terwijl Sinterklaas altijd statig en gedistingeerd is gebleven, gedragen de Pieten zich veelal als acrobaten en grappenmakers die vaak kwajongensstreken uithalen.

Gaandeweg rezen er, in eerste instantie vooral vanuit andere landen en uit naam van de VN, steeds meer bezwaren tegen het traditionele zwarte uiterlijk van Zwarte Piet. Deze bezwaren werden ingegeven door de associaties met het slavernijverleden. In 2013 laaide de discussie hierover zover op dat er in Nederland een werkgroep in het leven werd geroepen die moest onderzoeken of de sinterklaastraditie inderdaad racistische elementen bevatte. Het sinterklaasfeest ging dat jaar echter gewoon door in zijn traditionele vorm. In augustus 2014 kwam het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed met een eerste alternatief, waarin enkele zaken waren aangepast. Zo zag Zwarte Piet er niet meer uit als een Moor, maar had hij zwarte vegen in zijn gezicht als van roet. In de daaropvolgende jaren is met name in de grote steden het uiterlijk van Zwarte Piet aangepast bij de intocht. In 2015 begon men ook in Vlaanderen het uiterlijk van Zwarte Piet aan te passen.

Etymologie van "Sinterklaas"

Hoe en wanneer het woord Sinterklaas zich heeft ontwikkeld uit de naam Sint-Nicolaas, is niet bekend. De mogelijk vroegste vermelding in schrift stamt uit 1283: senter cloes bunre (sinterklaasbunder) is de naam voor een bunder land te Rijkhoven. Vermoedelijk was de opbrengst van het land bestemd voor een Sint-Nicolaasaltaar.

De theorie dat Sinterklaas een samentrekking van Sint heer Nicolaas zou zijn, wordt niet meer aangehangen.

Kleding

Sint en Piet in traditionele kledij

De kleding van Sinterklaas is in hoofdlijnen gebaseerd op die van een bisschop, inclusief de pontificalia, maar vertoont enkele opvallende afwijkingen daarvan. Sinterklaas is daardoor duidelijk te onderscheiden van een echte bisschop. Opgemerkt dient te worden dat de kleding van Sinterklaas vaak om praktische redenen eenvoudiger is uitgevoerd dan hier beschreven.

Wat bij Sinterklaas doorgaans een tabberd of tabbaard wordt genoemd, is in de katholieke liturgie de soutane of toog/toga: een lang priesterkleed dat bij bisschoppen paars is. De eigenlijke soutane heeft 33 knoopjes ("33" verwijst naar het aantal levensjaren van Christus), maar bij Sinterklaas is deze vaak eenvoudiger uitgevoerd. Wanneer de Sint gaat paardrijden, draagt hij vaak een tot broekrok vermaakte tabberd. Over de tabberd draagt de Sint een albe. De albe is met kant afgezet en eindigt tussen knieën en enkels. Op de albe draagt de Sint over zijn schouders een rode stola. Om deze op zijn plaats te houden, draagt Sinterklaas vaak een cingel (koord met kwastjes aan het einde) om zijn middel.

Een van de grootste en opvallendste paramenten is de rode koormantel. Deze mantel draagt Sinterklaas over alle andere kledingstukken heen. Het is een wijde rode lap die vanaf de schouders tot bijna op de grond hangt en aan de voorkant met een ketting en twee haakjes wordt vastgemaakt. De mantel van Sinterklaas is met goud en band versierd. De binnenkant is goudgeel of wit. De mantel heeft meestal ook nog een kap met gouden franjes eraan.

Op zijn hoofd draagt Sinterklaas een rode mijter. Deze wijkt zowel qua vorm als kleur enigszins af van de mijters die bisschoppen thans dragen: rode mijters worden in de Katholieke Kerk niet gedragen. Meestal zijn ze wit of een andere basiskleur met een bij de gelegenheid passende versiering. Op de mijter kan een kruis, een enkele verticale streep, of een grote letter 'S' van Sinterklaas voorkomen. Een kruis wordt ervaren als christelijk symbool waardoor de keuze bij gemeentes, scholen, en organisaties eerder ligt bij een neutrale mijter zonder kruis.

De kromstaf is van oorsprong een waardigheidsteken van een bisschop dat afkomstig was van de Etrusken. De staf van Sinterklaas heeft wel een duidelijk andere vorm dan die van een bisschop: de krul is groter en steekt aan beide zijden van de staf uit. De krul is een symbolische slang, teken van wijsheid en oneindigheid, die uitloopt in een verticale lijn naar beneden, de afdaling van geest of wijsheid naar aardse sferen.

Verder draagt Sinterklaas meestal zwarte schoenen en lange witte of soms paarse handschoenen. Om zijn ringvinger draagt hij een gouden bisschopsring met een robijn erin. Deze hoort traditioneel om de rechterringvinger, maar vaak draagt Sinterklaas hem links zodat hij met het handen geven niet zo in de weg zit.

In het verleden droeg Sinterklaas ook wel andere kleding, zoals te zien is op afbeeldingen uit de betreffende periodes.

Sinterklaas draagt tot slot een groot aantekeningenboek bij zich. Hierin staan alle kindernamen geschreven met daarbij genoteerd hoe ze zich het afgelopen jaar hebben gedragen en wat hun cadeauwensen zijn.

Aandacht in de media

Er zijn vanaf de 20e eeuw talloze televisieprogramma's rondom het sinterklaasfeest gemaakt. Ook in de bioscoop bleef de goedheiligman niet ongezien.

Nederland

Lange tijd was er op de Nederlandse televisie een standaardgroepje dat verscheen in (bijna) alle sinterklaasprogramma's: Sint Bram van der Vlugt, Hoofdpiet en Wegwijspiet. Eind jaren negentig begonnen steeds meer zenders sinterklaasprogramma's die, naast de standaardcast, ook andere karakters prominent in het verhaal betrokken. Gevolg is dat het standaardgroepje steeds minder te zien was.

Bij de publieke omroep is nog steeds één televisiesint. Vanaf 2011 nam Stefan de Walle deze rol over van Bram van der Vlugt.[noten 9] Bij het tv-programma PAU!L van Paul de Leeuw verscheen toch nog Van der Vlugt. Later werd dit Hans Kesting.

Tot de bekendste Nederlandse sinterklaasprogramma's behoren sinds eind 20e eeuw het Sinterklaasjournaal en De Club van Sinterklaas. Het Sinterklaasjournaal, uitgezonden sinds 2001, is een soort van kinderjournaal waarin allerhande zogenaamd plaatsgevonden gebeurtenissen omtrent Sinterklaas worden uitgezonden, plus kort nieuws en een weervoorspelling. Het wordt uitgezonden bij NPO Zapp op NPO 3. De Club van Sinterklaas was sinds 1999 een dagelijkse soapserie rondom Sinterklaas en de Zwarte Pieten. De jaarlijkse theatershow Het Feest van Sinterklaas sloot aan op deze serie, die datzelfde jaar (1999) bij RTL 4 begon. De Club en Het Feest werden sinds 2000 pas samen uitgezonden op Fox Kids, vanaf 2005 Jetix en in 2009 zond RTL 4 de televisieserie uit. Het Feest van Sinterklaas ging datzelfde jaar (2009) naar SBS 6 en werd tevens voor het laatst georganiseerd. Weer datzelfde jaar kwam RTL 4 met een concurrerend theatraal popconcert rondom de sinterklaassoap, genaamd Het Club van Sinterklaas Feest, maar viel voor de jeugdserie zelf het doek. In 2012 kwam er een vervolgende doorstart in de bioscoop, en Het Club van Sinterklaas Feest werd sinds 2009 een jaarlijkse traditie. Nog ieder jaar komt er een film van De Club van Sinterklaas uit in de bioscoop.